De uitvoering van was-hars bedoekingen door Johannes Albertus Hesterman (1848-1916) en zonen : een onderzoek naar hun werkwijze en materialen
TitelDe uitvoering van was-hars bedoekingen door Johannes Albertus Hesterman (1848-1916) en zonen : een onderzoek naar hun werkwijze en materialen
Verantwoordelijkheids-vermeldingSaskia van Oudheusden
Verantwoordelijke(n)
Plaats van uitgave[S.I
Uitgevers.n.]
Jaar van uitgave2012
Pagina's177 p.
Illustratiesill.
MateriaalScripties ; E-document
SamenvattingIn deze scriptie is de bedoekingspraktijk van Johannes Albertus Hesterman en zijn zonen onderzocht. Johannes Albertus Hesterman (1848-1916) was een Nederlandse kunstenaar en restaurator. Als restaurator was Hesterman werkzaam voor particulieren en voor musea, waaronder het Rijksmuseum. Vanaf ca. 1905 werd Hesterman geassisteerd door zijn zonen Frederik Coenraad (1873-1932) en Johannes Albertus jr. (1877-1955). Naar de restauratiepraktijk van de Hestermans is weinig tot geen onderzoek verricht. Dit onderzoek naar de bedoekingspraktijk van de Hestermans is van belang omdat het inzicht geeft in de door hen toegepaste materialen en technieken en daarmee in de gevolgen die deze hebben gehad op de conditie van schilderijen. De bedoekingspraktijk is onderzocht aan de hand van vijf zeventiende-eeuwse portretten van medici uit de collectie van het Amsterdam Museum, die in 1907-1908 door de Hestermans zijn bedoekt. Daarnaast zijn reconstructies van was-hars bedoekingen uitgevoerd en heeft archief- en literatuuronderzoek plaatsgevonden. De vijf bedoekingen van de portrettenreeks van medici komen met elkaar overeen wat betreft spieraam, bedoekingsweefsel, wijze van opspanning en was-hars specie. De spieramen zijn vervaardigd uit onbehandeld naaldhout, terwijl de spieën van eikenhout zijn. De latten van de spieramen zijn aan de binnenzijde concaaf geschaafd. Aan de voorzijde van de spieramen is een kraal aangebracht. Door vezeldeterminatie is vastgesteld dat de bedoekingsdoeken uit linnen zijn vervaardigd. De doeken zijn geweven in een linnenbinding. Aan de hand van automatische draadtellingen is duidelijk geworden dat de doeken uit één rol textiel zijn gesneden en over een draaddichtheid beschikken van ca. 11 inslagdraden en 12 kettingdraden per vierkante centimeter. De originele spanranden zijn door de Hestermans grotendeels behouden gebleven en zijn bedekt met bruine papieren stroken. Aan de achterzijde van de bedoekingen is slechts een dunne laag was-hars aanwezig. Py-TMAH-GCMS analysen van de bedoekingsspecie van de vijf bedoekingen hebben aangetoond dat het was-hars mengsel is opgebouwd uit bijenwas, colofonium en Venetiaanse terpentijn. De overeenkomsten tussen de vijf bedoekingen op de portrettenreeks lijken te pleiten voor een gestandaardiseerde bedoekingsmethode. De bedoekingen zijn door de Hestermans zorgvuldig uitgevoerd met aandacht voor het originele materiaal en hebben geen grote beschadigingen veroorzaakt. Zowel de portretten als de bedoekingen bevinden zich in een stabiele conditie. De bedoekingen functioneren nog steeds als verstevigend materiaal voor de drager, gronderingslagen en verflagen. De Hestermans behoorden tot de eerste restauratoren die restauratiewerkzaamheden documenteerden. Zo hebben de Hestermans van ca. 1913 tot 1921 een atelierboek bijgehouden, waarin beschrijvingen zijn opgenomen van schilderijen die in hun atelier behandeld zijn. Door de bestudering van dit atelierboek is duidelijk geworden dat het bedoeken van schilderijen door de Hestermans als preventieve maatregel werd toegepast. Relatief ‘jonge’ schilderijen van na 1850 werden echter uitgesloten in het bedoeken als standaard maatregel.
De bedoekingsmethode van de Hestermans staat nog dichtbij de was-hars bedoeking zoals Willem Antonij Hopman (1828-1910) die samen met zijn vader Nicolaas Hopman (1794-1870) ontwikkeld heeft. In hun zorgvuldige en voor hun tijd ethische werkhouding ten aanzien van het bedoeken, komen de Hestermans, behalve met Hopman, ook overeen met tijdgenoten Martin de Wild (1899-1969) en Alois Hauser jr (1857-1919).
De bedoekingsmethode van de Hestermans staat nog dichtbij de was-hars bedoeking zoals Willem Antonij Hopman (1828-1910) die samen met zijn vader Nicolaas Hopman (1794-1870) ontwikkeld heeft. In hun zorgvuldige en voor hun tijd ethische werkhouding ten aanzien van het bedoeken, komen de Hestermans, behalve met Hopman, ook overeen met tijdgenoten Martin de Wild (1899-1969) en Alois Hauser jr (1857-1919).
AnnotatieMet samenvatting in het Nederlands ; With summary in English
Met lit. opg
Afstudeerscriptie Master Conservering en Restauratie van Cultureel Erfgoed, Schilderijen, Universiteit van Amsterdam, 2012
Met lit. opg
Afstudeerscriptie Master Conservering en Restauratie van Cultureel Erfgoed, Schilderijen, Universiteit van Amsterdam, 2012
TrefwoordenUvA Scripties, Schoonmaken en restauratie van schilderijen, bedoeken, restauratiegeschiedenis
Persoonstrefwoord Johannes Albertus Hesterman